Ontwennen van beademing met tracheacanule

Ontwenning van beademing met tracheacanule
en ICU acquired weakness

Veel van de COVID-19 patiënten hebben na een langdurig beademingstraject veel kracht ingeleverd en hebben dan ook de tijd nodig om, met behulp van een tracheacanule, te ontwennen van de beademing.

Vergeet niet dat niet alleen de ademhalingsspieren, maar ook de rest van het lichaam weer kracht moet opbouwen. Zodra een patiënt toe is aan starten van weanen is het belangrijk om direct contact te hebben met de fysiotherapeut om ook het proces van mobiliseren en IMT (inspiratory muscle training) op gang te brengen. De fysiotherapeuten proberen zelf ook goed in de gaten te houden welke patiënten aan mobiliseren toe zijn.

Voorwaarden voor 1e loslig poging en start weanen

  • Stabiele hemodynamiek
    • HF ≤ 140/min
    • Systolische bloeddruk 90-160 mmHg
    • Geen of lage dosis vasopressie
  • Adequate oxygenatie/ventilatie
    • Saturatie > 92 % met FiO2 ≤ 0.4
    • PEEP ≤ 10 cmH2O
    • Ademfrequentie ≤ 35/min
    • Vt > 5ml/kg
    • Normo pH
  • RASS -1 tot +1

 

Indien aan deze voorwaarden is voldaan, wordt gestart met een loslig poging:

  • los van beademing met kunstneus op de tracheacanule
  • los laten liggen tot tekenen van klinisch verslechtering of maximaal 1 uur en 15 minuten
  • bloedgas na 1 uur of eerder bij tekenen van klinische verslechtering

Vermoeidheid mag optreden. Maximaal een vermoeidheidsscore van 6-7 (op de Borgschaal 1-10; beoordeling door fysiotherapeut) met een bijpassend klinisch beeld. Bij tekenen van klinische verslechtering of uitputting MET een verslechterend bloedgas, wordt patiënt direct weer aan de beademing gelegd en wordt de tijd die patiënt los heeft gelegen genoteerd voor indeling in 1 van de 3 schema’s.

Let bij een (ver)slecht(erend) klinisch beeld ook op tekenen van angst. Eventueel kan gezorgd worden voor afleiding, bijv. muziek/TV tijdens het losliggen. Vraag zo nodig de psychiater in consult. Let in een later stadium tijdens het weanproces ook op dat er voldoende rustmomenten ingebouwd blijven.

Ook al gaat het erg goed bij een 1e loslig poging of in de dagen erna, laat een patiënt NIET direct “zo lang als het lukt” losliggen.Training gaat beter door te starten met vaker korte periodes losliggen, dan 1 x lang tot volledige uitputting. Volg de schema’s verderop.

 

Indien de patiënt zijn wean doel een dag niet heeft gehaald, ga dan twee stappen terug in het wean schema of switch naar een trager schema. Evalueer ook meerdere keren per week met de fysiotherapeut of de oefentherapie en het mobiliseren naar tevredenheid verloopt. Ook hier geldt bij onvoldoende progressie: twee stappen terug in het wean schema of switch naar een trager schema.

Indien het weaningsproces ergens vastloopt, moet verdere diagnostiek naar onderliggende problematiek worden ingezet. Denk hierbij aan de ABC van weaning failure (Heunks & Van der Hoeven, Critical Care 2010).

Neem bij vragen/problemen contact op met het weanteam (J. Willems, K. Bokhoven, H. Endeman)