SDD en Antimicrobiële Therapie op de IC

Penvoerder: Dinis dos Reis Miranda

Goedgekeurd door de Antibioticacommissie op 06-10-2016

Indicatie SDD

Starten: als patiënt verwachte beademingsduur > 48 uur heeft OF een verwacht IC verblijf > 3 dagen en niet zelf eet.
Stoppen: als patiënt naar de afdeling kan OF patiënt zelf eet.

SDD toepassing

LOKAAL (gedurende hele IC verblijf):
i. Suspensie 10 ml 4 dd
– Indien geen maagsonde→ via mond spoelen en doorslikken
– Indien wel maagsonde (niet afhangend) → via maagsonde
– Indien ook duodenumsonde → de suspensie gelijkelijk verdelen over maag- en duodenumsonde

+

ii. Mondpasta 4 dd
– Indien geen maagsonde → geven van suspensie als boven volstaat, geen pasta nodig
– Indien wel maagsonde, niet wakker → pasta verdelen over beide wangzakken en onder de tong
– Indien wel maagsonde, wel wakker → pasta op de tong aanbrengen en laten verdelen door de mond
– ALTIJD tevoren eerst restanten van de vorige keer verwijderen
– Na aanbrengen van pasta de tanden NIET poetsen

+

iii. SDD mondpasta 4 dd rond de insteekopening van tracheostoma indien aanwezig

+

iv. SDD zetpil 2 dd bij darmdiscontinuiteit: bij dubbelloops stoma in de afvoerende lis en bij eindstandig stoma in rectum.

SYSTEMISCH:
i. cefotaxim 1 g 4 dd iv; gedurende 72 uur (bij IgE-gemedieerde penicillinealllergie (urticaria en/of gegeneraliseerde rashen/of bronchospasme dan levofloxacine 500 mg iv 2 dd gedurende 72 uur)

Uitzonderingen:

ii. Bij bekende kolonisatie met cefotaxim resistente en ciprofloxacine gevoelige gram-negatieve staven (kweken niet ouder dan 1 jaar) of ligduur in een zorginstelling >7 dagen ➜ cefotaxim  + ciprofloxacine 400 mg 3 dd iv ; ged 72 uur.
iii. Bij bekende kolonisatie met cefotaxim en ciprofloxacine resistente gram-negatieve staven (kweken niet ouder dan 1 jaar) ➜ overleg met de consulent infectieziekten.
iv. Patiënten met vermoede dan wel bewezen infectie worden behandeld volgens het Erasmus MC antibioticabeleid. Zie http://erasmusmc.swabid.nl/, en daarin de specifieke bullets ‘Patiënt op de IC met SDD’ Zie ook tabel 1 ➜ het gebruik van penicilline, amoxicilline, amoxicilline-clavulaanzuur, piperacilline-tazobactam en carbapenems wordt op een SDD IC ontmoedigd, maar niet verboden. (Therapie gaat voor profylaxe).
v. Bij neutropene hematologie patiënten op de IC met een indicatie voor ‘hematologische’ SDD’ ➜ SDD zoals hierboven beschreven + fluconazol 400 mg 1dd iv (zolang SDD gegeven wordt).

Uitzondering: indien geen goede darmtransit dan wordt ciprofloxacine iv gecontinueerd. In geval van mucositis: benzylpenicilline  6dd 1 milj E toevoegen (conform hematologie protocol). Indien patiënt cefotaxim krijgt, kan penicilline tijdelijk gestopt worden. Let op: indien patiënt ontslagen wordt, hematologische SDD herstarten.

SURVEILLANCE:
Ter monitoring van effectiviteit zullen bij opname en daarna gedurende de gehele IC opname 2x per week kweken van sputum, keel, rectum worden afgenomen.

Beleid bij positieve surveillance kweken onder SDD:

a. Indien er na één week SDD nog positieve surveillancekweken in sputum, keel of rectum zijn:

i.Bij positieve rectumkweken: De frequentie van toediening van de SDD suspensie wordt verdubbeld  (8dd ipv 4dd)

ii.Bij positieve keelkweken: de frequentie van de  pasta wordt verdubbeld (8dd ipv 4 dd) De frequentie wordt verlaagd naar 4dd indien de surveillancekweken 2x negatief zijn.

b. Indien nog steeds gramnegatieve staven in sputumkweken aantoonbaar zijn bij een patiënt op SDD:

i.Start colistine 80 mg (1MIE) 4dd vernevelen of tobramycine 80 mg 4 dd vernevelen tot 2 negatieve kweken of detubatie (géén systemische antibiotica). S Aureus in sputum worden verneveld met Tobramycine indien patiënt nog langer beademd blijft.

 c. Bij aanhoudende (>3) positieve SDD kweken met tobramycine en colistine resistente micro-organismen: stop lokale SDD en geef ook géén systemische antibiotica.

d. Bij bijzonder resistente stammen (bijv MRSA, VRE, BRE, BRNF, PRP of andere):

i.Altijd overleg met consulent infectieziekten en zonodig UNIP over te volgen beleid.

Samenstelling SDD Medicatie

a. SDD suspensie ➜ 10 ml bestaat uit: 5 ml amfotericine B (500 mg) suspensie + 5 ml colistinesulfaat (100 mg) met tobramycine (80 mg)oplossing.

b. SDD mondpasta bevat: 2% amfotericine B, 2% colistinesulfaat, 2% tobramycine.

c. SDD zetpil bevat: amfotericine B (200 mg), colistinesulfaat (100 mg), tobramycine (40 mg).

d. voor verneveling:

i. colistine 80 mg in 5 ml NaCl 0,9% 4dd (niet voor serratia en proteus).

ii. tobramycine 80 mg in 2 ml NaCl 0,9% 4dd.

Therapie advies

Voor infectieziekten die hieronder niet genoemd worden blijft het huidige Erasmus MC antibiotica beleid gehandhaafd en geldt het volgende:

1. Bij patiënten die op basis van eerder gekweekte resistentie patronen behandeld moeten worden met carbapenem antibiotica, fluoroquinolon antibiotica, ceftazidim, ceftriaxon of piperacilline-tazobactam bij opname op de IC, wordt dit beleid voortgezet plus lokale SDD.

sdd-tabel-1

Standaarddoseringen: Cefotaxim 4dd1 g iv, ciprofloxacilline 3dd400 mg iv, metronidazol 3dd500 mg iv, gentamicine 1dd7mg/kg ogv spiegels, micafungin 1dd100 mg iv (bij leverfunctiestoornissen: zie protocol). Doseringen bij CVVH (zie ook  AB-boekje op intranet).

sdd2

 

 

 

© 2014 JVB