Supervisie

Penvoerder: Diederik Gommers 2013

Algemeen

Supervisie Intensive Care Volwassenen
Doel van dit document is om duidelijk te omschrijven hoe de overlegstructuur en verantwoordelijkheid georganiseerd zijn voor de besluitvorming op de afdeling en om een aantal situaties te benoemen waarin overleg met de supervisor verplicht is.

Eindverantwoordelijkheid
De eindverantwoordelijkheid voor de patiëntenzorg op ICV ligt ten allen tijde bij een intensivist.
Overdag wordt de patiëntenzorg gesuperviseerd door 5 intensivisten (1 voor ICV1/ICCU, 2 voor ICV2 en 2 voor ICV3), in de dienst door 2 intensivisten (1 voor ICV1/CCU en 1 voor ICV2 en 3) conform het dienstrooster.

Supervisie dagdienst
Overdag wordt door de aios/anios/fellow visite gelopen bij alle IC-patiënten in aanwezigheid van de intensivist. In de laatste 6 maanden van zijn/haar opleiding loopt de fellow zelfstandig visite en bespreekt de patiënten op het MDO. Er is een intensivist ingeroosterd die eindverantwoordelijk is voor de patiënten en die altijd beschikbaar is voor overleg met de fellow.

Tijdens de visite aan bed wordt het behandelplan voor het komende etmaal opgesteld. Afwijkingen van dit plan in de loop van de dag worden overlegd met de supervisor. Daarnaast worden de volgende zaken overlegd met de supervisor:
-elke nieuwe IC-opname
-IC-consulten in huis of SEH
-reanimatie
-inroepen van een consulent (incl. microbioloog/infectieziekten), en overleg over diens adviezen
-ongeplande diagnostiek (ook als dit aangevraagd/geadviseerd wordt door insturend specialist)
-operatie en interventie (zoals scopie)
-beperkingen in het behandelbeleid, zoals niet-reanimeren (DNR) of niet-intuberen (DNI)
-ontslag van een patiënt naar een andere afdeling
-starten CVVH
-invasieve handelingen: thoraxdrain, tracheostoma, Swan-Ganz katheter, pacemakerdraad, centrale lijn (afhankelijk van de ervaring, zie protocol Centrale lijn)

Ontslag van een patiënt naar de verpleegafdeling gebeurt in overleg met de supervisor. De ontslagbrief wordt dus ook medeondertekend en zo snel mogelijk geautoriseerd door de supervisor.

Ter ondersteuning van het behandelplan worden, waar van toepassing, de medische protocollen gebruikt. Dat betekent dat in situaties waarin een protocol zonder meer van toepassing is, de supervisor niet eerst geraadpleegd hoeft te worden. Andersom moet dat wel gebeuren als van een protocol afgeweken wordt.

Intubaties op de IC
Bij een intubatie is de intensivist altijd de eindverantwoordelijke supervisor en is aanwezig – tenzij de fellow een geregistreerd anesthesioloog is (en dan alleen in overleg). Als de intensivist zich niet bekwaam acht (bijv. door een moeilijke luchtweg) vraagt deze de dienstdoende anesthesioloog in consult maar is zelf ook aanwezig.

Coördinatie IC opnames
Vaak tijdens de dagdienst maar altijd tijdens de late- en nachtdienst wordt de coördinatie van de IC opnames door een fellow gedaan. De beoordelingen op de afdeling en SEH worden altijd besproken met een intensivist. Het opnemen van een patiënt op de IC kan hier het resultaat van zijn en gebeurt altijd in overleg met de coördinerend verpleegkundige van de unit waarop een bed beschikbaar is (overdag: unithoofd, dienst: de stip). Het bezetten van een overbed (zie ook document Opname criteria) gebeurt in overleg met de intensivist. Ook (electieve) overnames van andere IC afdelingen, waarbij de indicatie voor IC behandeling reeds gesteld is, worden met de intensivist besproken.

Supervisie late – en nachtdienst
De fellow en de intensivist spreken samen af hoe de supervisie van de aios/anios wordt gedaan tijdens de avonddienst. De intensivist blijft in huis tot de overdracht met de nachtdienst. Voor de periode daarna doet de fellow de supervisie over de aios/anios en komt de intensivist in huis bij een intubatie (tenzij de fellow een geregistreerd anesthesioloog is) en bij een nieuwe opname (in overleg met de fellow). Over de volgende zaken is er telefonisch overleg tussen de fellow en dienstdoende intensivist:
-elke nieuwe IC-opname
-IC-consulten in huis of op de SEH
-IC-opname verzoek van binnen en buiten het ziekenhuis
-inroepen van een consulent (incl. microbioloog/infectieziekten), en overleg over diens adviezen
-niet geplande re-operatie en interventies, zoals scopieën
-beperkingen in het behandelbeleid, zoals niet-reanimeren (DNR) of niet-intuberen (DNI)
-ontslag van een patiënt naar de afdeling
-starten CVVH
-invasieve handelingen, zoals plaatsen van thoraxdrain, tracheostoma, Swan-Ganz katheter, pacemakerdraad, etc.

© 2013 JVB